De hulpvraag
De hulpvraag varieert naargelang
- de ernst van het middelengebruik,
- de vastgestelde symptomen die het niveau van het functioneren beïnvloeden
- de verliezen op somatisch en psychosociaal vlak
- de mate van vrijwilligheid
- het gebruikte product
- het beoogde behandelingsdoel
Anderen kiezen de moeilijker weg en wensen hun leven grondig te heroriënteren, stellen zich open voor therapie.
Organisatie van de hulpverlening
Naast de gespecialiseerde of categoriale drughulpverlening spelen ook mantelzorg, zelfhulp en eerstelijnsvoorzieningen een belangrijke rol in de opvang en begeleiding van personen met een problematisch middelengebruik. Wie kiest voor een therapeutisch aanbod kan opteren voor hulpverlening van laagdrempelig, ambulant tot langdurig en residentieel.
Motivationele gespreksvoering (Prochaska & Diclemente) vormt een belangrijk onderdeel van iedere begeleiding. Hervalpreventie is eveneens een belangrijk aandachtspunt. Via tussenkomst op basis van gedrag probeert de hulpverlener de gebruiksgewoonte te doorbreken.
Het is essentieel dat de omgeving betrokken wordt in het behandelingsproces. Daarvoor is er flexibiliteit nodig, zowel door de omgeving als door de hulpverlener. Ouders, echtgenoten, kinderen ... worden opgevangen, hebben in sommige gevallen een eigen begeleiding.
Mantelzorg en zelfhulp
Alle hulpverlening buiten het professionele circuit, binnen het sociaal netwerk en door familie & vrienden, wordt mantelzorg genoemd.
Zelfhulp kan eveneens een belangrijke ondersteuning bieden door de mogelijkheid ervaringen uit te wisselen met ervaringsdeskundigen, crisisinterventie en wekelijkse groepsbijeenkomsten met lotgenoten.
Straathoekwerk
Straathoekwerk, als werkvorm gestart in het midden van de jaren tachtig, poogt actief in contact te komen met groepen die niet of onvoldoende in contact staan met de traditionele hulpverlening. Het druggericht straathoekwerk zoekt de gebruikers in hun eigen milieu op (op straat, in het café, thuis ...), die anders niet zo snel de (nodige) stappen niet zouden zetten.
Een vertrouwensrelatie opbouwen, motiverend werken om de gebruikers zelf iets aan hun situatie te laten doen en intensieve ondersteuning voor het opzetten van een sociaal netwerk (door doorverwijzing en opvolging) zijn de belangrijkste pijlers van straathoekwerk.
Eerstelijnszorg
De eerstelijnszorg is de eerste, laagdrempelige, niet-gespecialiseerde stap in de georganiseerde hulpverlening. Doordat de eerste lijnszorg het dichtst bij de problematiek staat, is ze goed geplaatst om het middelengebruik te detecteren, in te schatten en door te verwijzen wanneer verdere hulpverlening nodig zou zijn. Ook nazorg (bij terugkeer uit begeleiding) wordt op dit niveau uitgevoerd.
Op de eerste lijn bevinden zich onder meer de huisarts, het (polyvalente) Centrum Algemeen Welzijnswerk (CAW), de Dienst voor Thuisverpleging, het Jongeren Adviescentrum (JAC) en het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn (OCMW).
Ambulante drughulpverlening
Ambulante opvang kan bij het Medisch-Sociaal Opvangcentrum (MSOC), de ambulante drugszorg/Dagcentrum, Dagkliniek/dagbehandeling of Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg.
Residentiële drughulpverlening
Voor residentiële drughulpverlening kan men terecht in de Thuislozenwerking (België) , een Crisisinterventiecentrum (CIC), ontwenningsafdeling van een Psychiatrisch Ziekenhuis/ Ontwenningskliniek, psychiatrische afdeling van een algemeen ziekenhuis (PAAZ), een Kortdurend Therapeutisch Programma (KTP) voor druggebruikers, een Therapeutische Gemeenschap (TG) of Beschut Wonen.
Nazorg
Zelfs wanneer het druggebruik schijnbaar weggeëbd is, kan het zijn dat de voedingsbodem, bijvoorbeeld de sociale problematiek, nog steeds aanwezig is. Daarom blijft discrete nazorg belangrijk voor een geslaagde herintegratie.