Preventie

Middelenpreventie
Met preventie probeert men het problematisch middelengebruik te voorkomen en de gezondheid en het welzijn te bevorderen.
Dit gebeurt door voorlichting in het onderwijs, in bedrijven, voorzieningen en instellingen.
Zie
preventie elders op deze site.

Kenmerken van middelenpreventie
Goede middelenpreventie heeft volgens de VAD (Vereniging voor Alcohol - en andere Drugproblemen) de volgende kenmerken :
  • aandacht voor mens, middel en milieu (de 3 M's),
  • richt zich op het versterken van de beschermende factoren en het terugdringen van de risicofactoren,
  • bereikt de middelengebruikers op meerdere plaatsen en spreekt meerdere groepen binnen deze groep aan,
  • houdt rekening met de kenmerken van de middelengebruikers (leeftijd, geslacht, culturele achtergrond, risicofactoren, ...),
  • werkt op langere termen en zorgt voor continuïteit,
  • betrekt de doelgroep bij opzet, uitvoering en evaluatie van het preventieprogramma,
  • is meer dan informatieoverdracht.
In de voorlichting kan aandacht besteed worden aan het beschikbare gamma van drugs (stoffen, beschikbaarheid), de uitwerking op het metabolisme, de herkenning van het gebruik, de effecten op de omgeving, de omgang hiermee en de sociale contextualisering van het gebruik, en hoe wanneer het best ingegrepen wordt.


Wenselijke (middelen)preventie
De aanpak van problematisch middelengebruik overstijgt de gespecialiseerde hulpverlening.
Wenselijke preventie (Prof. Nicole Vettenburg) bij middelengebruik is:

  • Radicaal : zo dicht mogelijk bij de wortels
Wil je het middelenmisbruik aanpakken, en speelt het probleemgedrag zich in het Lager / Basis of Secundair / Middelbaar Onderwijs, dan zijn die wortels bijv. de vriendenkring. Een radicale aanpak zal dus proberen die vriendenkring te bereiken (via organisaties of plekken waar vrienden elkaar ontmoeten, zoals jeugdverenigingen, jeugdhuizen, speelpleinen, ... via actoren die op hen impact hebben).

  • Offensief : dialoog in de taal van de verslaafde
Een defensieve campagne betekent dat we ervan uitgaan dat de doelgroep niet sterk genoeg is om juiste keuzes te maken (de klassieke folder-campagne). Een offensieve campagne houdt in dat de sociale weerbaarheid van de jongeren wordt verbeterd.

  • Integraal : persoonsgericht én contextgericht
Integraliteit betekent dat preventie persoonsgericht (aan het nadenken zetten van de persoon) én contextgericht (aan de structuur sleutelen, een kinderrechterkoffer maken, jaarlijks overleg met een aantal diensten) gebeurt.

  • Participatief : van begin tot einde betrokkenheid middelengebruiker
Preventie kan in deze visie maar slagen wanneer de middelengebruiker zelf de kans krijgt om te zeggen welk probleem er is en hoe het kan geneutraliseerd worden (en dat kan hij, zie puntje offensiviteit).
Onrechtstreekse inbreng komt van de omgeving (ouders, de school, consulenten, zo mogelijk politie & justitie).

  • Democratisch : ook moeilijk bereikbare subgroepen bereiken
Analyse van de moeilijkst bereikbare doelgroep valt meestal in het water onder druk van beperkte menskracht, financiële middelen, tijd...

Vroeginterventie
Bij vroeginterventie is er sprake van een ruime waaier aan personen en diensten die de eerste signalen opvangen. Dat kan de naaste omgeving zijn, maar ook eerstelijnszorg.